Archive Tree Calendar Links Guestbook Contact
Van Sandick
wapen

Hoofdstuk I
uit “Het geslacht van Sandick”, 1960

Inleiding

Geschreven door J.C. van Sandick voor het familieboek “Het geslacht van Sandick” uit 1960. Tussen haakjes kan na de 5de generatie een zetfout worden opgemerkt, die werd gehandhaafd. Mogelijk waren de niet gebalanceerde leestekens een keuze. Online kan de inhoud op verschillende momenten dubbel klikken.

Op 15 februari 1944 werd de Van Sandick-stichting opgericht, welker statuten (bijl. II) aan de archivaris de verplichting opleggen een inventaris der familiestukken samen te stellen en aan alle leden een exemplaar te verschaffen.

Een enkel woord over de aanleiding tot de oprichting dezer stichting. In 1942 overleden zowel de moeder van schrijver dezes, weduwe van R. A. van Sandick, als „tante Fem", de weduwe van Mr. H. W. van Sandick, waardoor deze twee ouderlijke huizen, die beide nogal wat familiestukken bevatten, opgebroken werden en de stukken verspreid geraakten over de tweemaal vier kinderen. Daarbij kwam dat de huidige archivaris toen toevallig verdiept geraakt was in de bekende familiegeschiedenis anno 1760 en daardoor op zoek gegaan was naar familiestukken uit die tijd, die verspreid nog aanwezig mochten zijn. Een en ander had een nader overleg tengevolge tussen O. Z. van Sandick te Eerbeek, die als vertegenwoordiger der oudste tak eveneens belangrijke familiestukken bezat, W. H. van Sandick als oudste zoon van Mr. H. W. van Sandick en schrijver dezes, waaruit de hierachter gevoegde circulaire aan de familieleden van 23 december 1943 met concept-statuten volgde (bijl. I).

Het verheugende resultaat was dat alle meerderjarige van Sandicks-van-geboorte toetraden tot de stichting en alle familiestukken in de stichting werden ingebracht. De familiepapieren werden zonder uitzondering aan de archivaris ter hand gesteld ter bewaring in het familie-archief. Familieportretten e.d. bleven overeenkomstig de bedoeling bij het familielid dat deze tot nu toe bezat en welke hiervan dus bewaarder bleef. In Nederl. Indië zouden nog enkele stukken zijn geweest, welke destijds aan L. H. W. van Sandick toebehoorden, doch welke zeker verloren zijn gegaan. Uit vroegere opgaven blijkt overigens niet van het bestaan van dergelijke stukken.

De archivaris heeft van hetgeen hij vond niets weggedaan; er zullen dus zonder twijfel ook stukken bij zijn, waarvan men het nut van bewaring niet inziet. Ondergetekende meent echter dat het niet aan ons is een keuze te doen: indien het voorgeslacht iets heeft bewaard en het dus daarvoor belangrijk genoeg achtte, staat het niet aan ons, het nageslacht, daaronder opruiming te houden. Daarenboven heeft men nooit spijt van een teveel, doch betreurt men juist altijd een te weinig. Daarbij bedenke men dat het juist dikwijls de meest alledaagse stukken zijn, die het aardigste zijn, omdat zij bij uitstek een kijk geven op het leven van een bepaalde persoon of op een bepaalde tijd.

 

De indeling van het familie-archief, resp. van de inventaris is in het kort als volgt (zie de samenvatting bijl. V):

[Een vernieuwde lijst werd als een aparte webpagina het hart van deze site.]

Hierna wordt naar deze inventarisletters (met cijfers) verwezen.

Vermeld zij nog dat brieven, die door enig familielid zijn geschreven, geïnventariseerd zijn onder de naam van dat lid en niet onder de naam van de ontvanger, zoals feitelijk de officiële archiefregel is. Voor een familie-archief is ons systeem m.i. beter: men heeft dan alles bij elkaar wat op een bepaalde persoon betrekking heeft. Er zijn natuurlijk wel brieven die, indien zij op een bepaald onderwerp betrekking hebben, bij dat onderwerp zijn opgeborgen, b.v. betreffende de Surinaamse plantages.

 

Zijn er veel of weinig familiestukken in onze familie over? - Hoe het er mee staat in vergelijking met andere families weet schrijver dezes niet. In ieder geval heeft onze familie nu het voordeel dat alles centraal is bewaard (althans de papieren; de familievoorwerpen niet, gelukkig niet, omdat het ook veel juister en aardiger is dat vele familieleden dergelijke stukken bezitten en men niet één familiemuseum heeft gemaakt) en er een inventaris is, waardoor men weet wat er is en waar het zich bevindt.

Op zichzelf bezien is er nogal wat, waarbij men echter moet onderscheiden vóór en na circa 1760; het bewuste familieschandaal vormt min of meer toevallig juist ongeveer de scheiding. Van vóór 1760, dus vanaf 1589, in welk jaar voor het eerst door een acte uit het archief van Wijk bij Duurstede van het bestaan van een van Sandick blijkt, tót 1760 zijn er geen persoonlijke stukken van de van Sandicks uit die eerste twee eeuwen; ik bedoel speciaal: geen brieven en ook slechts één portret (A.1) van Johan van Sandick (1680-1718), 5de generatie), die ongehuwd en nog jong als burgemeester van Wijk overleed. Wij stammen af van zijn jongste oom Gerbrand. Van diens zoon Johan (Jean of Jan), die in 1743 uit de West terugkwam, zijn er maar twee eigenhandige brieven (R.la) aan zijn zoon Jean Alexander, toen een jongen van circa 15 jaar (ik kom daar nog op terug). Dat is het enige wat er aan portretten en brieven van de eerste vijf generaties over is. Van enige briefwisseling tussen de Surinamers (van 1694 tot 1743) en de Wijkse familie, die tot vrijwel hetzelfde jaar (1740) daar bleef wonen is helaas geen spoor over. Hoe buitengewoon aardig en interessant zou een dergelijke correspondentie zijn tussen de familie in het stille Utrechtse stadje en de kolonisten in de West, die zeker met grote staat op hun plantages woonden en er rijk werden. Zij dachten zeker net als wij nu over het algemeen als wij brieven krijgen of later opruimen: laten wij ze maar verscheuren, dat interesseert toch niemand. Misschien komt er uit de Surinaamse archieven nog eens iets te voorschijn.

Toch bezitten wij of weten wij uit de eerste twee eeuwen nogal wat, doch dit is bezit en wetenschap uit archieven, dank zij de naarstige onderzoekingen van J. C. F. van Sandick, later voortgezet door zijn jongste zoon H. W. van Sandick: akten van geboorten, huwelijk en sterven, notariële akten, testamenten, notulen van vroedschap en schepenen in Wijk, van de Utrechtse Staten, van de Raad van Politie en Criminele justitie in Suriname, een en ander hetzij in afschrift, hetzij in extract. Enkele originele schepenakten zijn in ons archief, de oudste van 1674 (M.1), tevens het oudste officiële document in ons archief, en enkele latere (tot 1730), met originele wapenlakken en handtekeningen. Het oudste „persoonlijke" document is feitelijk het „Slagtregister" (E.1) van Cornelis van Sandick van 1694, de laatste van Sandick in Wijk bij Duurstede, die er kinderloos, 84 jaar oud, in 1740 overleed en er burgemeester was, maar dit stuk is niet eigenhandig door hem geschreven, want zijn eigen dood wordt er in vermeld.

Van de volgende twee eeuwen, 1760 (globaal) tot heden, waarin de 6e en volgende generaties vallen, hebben wij veel meer, zowel portretten als brieven, d.w.z. van Jan Alexander v. S. slechts 2 brieven aan zijn vrouw Aemilie van Haren (over de bewuste familiegeschiedenis, N.II) plus nog een later gevonden zakenbrief (R.l.b), maar juist door de deducties e.d. weten wij van J. A. v. S. vrij veel. Van zijn echtgenote en van haar zoon, de latere O. Z. v. S. is er veel. En van de volgende generatie, de 12 kinderen van de generaal, ook veel, vooral van Ds. J. C. F. v. S., die alles bewaarde en voor een familie-archivaris een man naar zijn hart is. Van zijn zoon R. A. van Sandick is ook zeer veel aanwezig.

Vermeld zij nog dat vanaf omstreeks 1800 vrijwel alle familieadvertenties en -aankondigingen aanwezig zijn (zie plakboek I).


II: Oorsprong der familie
vanSandick.com