Archive Tree Calendar Links Guestbook Contact
Van Sandick
wapen

Hoofdstuk XVIII
uit “Het geslacht van Sandick”, 1960

De 10de generatie:
De kleinkinderen van het echtpaar Van Sandick-Feith

Volgens de "verbeteringen" uit 1961 luidt de titel "de 9e generatie enz." en volgens nog meer recente tellingen komt de 11e ook aan bod.

Van de bovengenoemde kinderen van het echtpaar van Sandick-Feith hadden 3 zoons kinderen: O. Z., J. C. F. en Ch. G. — De meesten van het thans levende geslacht stammen af van Ds. J. C. F. — Slechts O. Z. v.S. op Majorca en zijn zoon stammen af van Mr. O.Z. v.S. — Ch. G. v.S. had slechts 2 kinderen: Karel Willem (1858-1879) die als juridisch student te Leiden aan roodvonk stierf, Anna Poulowna (1860-1879), die in hetzelfde jaar op 18-jarige leeftijd aan tering overleed, beiden 2 jaar na hun vader, terwijl hun moeder al 8 jaar eerder overleden was. (Zie omtrent hen portefeuille A.A.)

De 7 kinderen van Mr. O. Z. van Sandick:

  1. Henriette Engelina (1834-1876).
  2. Judith W. J. (1835-1921), ons nog wel bekend.
  3. Onno Zwier (1837-1911). Bracht het niet verder dan commies der posterijen, werd wegens een oogziekte gepensioneerd.
  4. Willem Jan (1839-1907),
    W. J. van Sandick, 1838-1907 en zijn eerste echtg. J. W. van den Bergh, 1846-1879.
    candidaat-notaris; commies aan het Departement van Financiën, huwde achtereenvolgens Johanna Willemina van den Bergh en Alida van den Bergh, nichten van elkaar, beiden van een vermogende familie.
    Hij werd later lid van de gemeenteraad van Den Haag en woonde laatstelijk in de Zeestraat.
    Hierboven hebben wij hem herhaaldelijk genoemd in verband met zijn genealogische belangstelling.
    Uit zijn eerste huwelijk had hij 4 kinderen, waarvan er 2 jong stierven. Uit zijn tweede huwelijk 1 dochter.

    De kinderen uit zijn eerste huwelijk waren:
    1. Onno Zwier v. S. (1872-1946).
      O. Z. van Sandick, 1872-1946.
      Was juridisch student te Leiden, studeerde niet af, waarvan hij later veel spijt had; had geen betrekkingen. Was in vroeger jaren een hondenliefhebber en een grote figuur op kynologisch gebied. Was mede-oprichter en de eerste voorzitter van de van Sandick-stichting. Woonde te Amsterdam, later te Eerbeek, waar hij stierf. Hij had uit zijn huwelijk met G. J. Wezenaar één zoon, ook Onno Zwier.
    2. Diete Johanna Willemina (1875-1946);
      Diete Johanna Wilhelmina, 1875-1946, echtg. van Jhr. H. F. van Kinschot, 1870-1953. Geschilderd door F. von Gottberg.
      in 1896 gehuwd met Jhr. H. F. van Kinschot.
    Uit zijn 2e huwelijk:
    1. Alida (1882-1936). Trouwt 1° Henri Seeger, 2° J. P. L. Ulrix.
  5. Johan Gerbrand v. S. (1840-1879). 1e Luitenant Infanterie; krankzinnig gestorven.
  6. Catharina Susanna Leonora v. S. (1842-1914); getrouwd met Notaris van Harpen Kuyper.
  7. Karel Willem (1844-193.2); ontvanger der Directe Belastingen, laatstelijk te Amsterdam. Gehuwd met Wijntje van der Lee (1855-1944); geen kinderen.

Kinderen van Ds. J. C. F. van Sandick:

(zie omtrent deze kinderen uitvoeriger de beschrijvende genealogie E. 8 van hun vader J. C. F.) Uit zijn eerste huwelijk (met S. L. van Dedem) had hij 4 kinderen, uit zijn tweede huwelijk (met M. C. A. Mees) ook 4 (en 2 doodgeboren).

Kinderen uit het eerste huwelijk:

  1. Henriette Engelina (Lina) v. S. (1841-1904); was niet normaal; later vallende ziekte.
  2. Willem Jan v. S. (1842-1909).
    Willem Jan van Sandick, 1842-1909.
    Johanna Geertruida Losecaat Vermeer, 1847-1923, echtg. van Willem Jan van Sandick.
    — Kreeg een soort middelbaar-technische opleiding op diverse scholen in het land. Ging per zeilschip in 1862 naar Indië, welke reis in de recordtijd van 81 dagen werd volbracht. Hij kwam op tabaksondernemingen. Combineerde later met zijn jongere broer Frederik; bleef zijn gehele leven in Indië (behoudens enkele verloven). Trouwde in 1875 Johanna Geertruida Losecaat Vermeer.
    Zijn 3 zoons (Leo, Frits en Wim) worden hieronder besproken.
  3. Jenny Louise v. S. (1843-1919). In 1867 gehuwd met Dr. J. Reitsma, predikant, later hoogleraar in de theologie te Groningen.
    Woonde als weduwe in Baarn en Den Haag, 6 kinderen.
  4. Johan Frederik (1845-1902).
    Johan Frederik van Sandick, 1845-1902.
    Vertrekt in 1866 naar Indië naar zijn broer Willem. Blijft 18 jaar achtereen in Indië voordat hij (in 1884) met verlof komt. Mijn vader (Rudolf) en hij (hoewel halfbroers en 10 jaar verschillend in leeftijd) konden zeer goed met elkaar opschieten. Ook uiterlijk hadden zij veel van elkaar. Ook Frederik was een grote zware man, een echte Indischman; nooit getrouwd. Mijn vader vertelde, dat hij zichzelf Engels geleerd had, maar het daardoor volkomen onverstaanbaar uitsprak. - Rijk zijn hij en zijn broer Willem in Indië niet geworden. In dit verband zij verwezen naar een procedure in 1902 gevoerd tegen de directie en commissarissen (waaronder Frederik v. S.) van de indigo-onderneming N.V. Indische Cultuurmij Soekoredjo Banaram, waarbij deze hoofdelijk werden aangesproken voor een schuld van ƒ 44.000,- plus 7 ½ %(!) rente, omdat bij het aangaan der schuld 75 % van het kapitaal verloren was, welke vordering door de rechtbank en het hof in Amsterdam gelukkig werd afgewezen; (merkwaardig is dat deze vonnissen eerst in 1922 op verzoek (van Mr. H. W. v. S.?) werden gepubliceerd, omdat over dit juridische punt weinig jurisprudentie bestond (W. 10876 - zie notitie in map B.B. 2).

Kinderen uit het tweede huwelijk van J. C. F. v. S. (met M. C. A. Mees):

  1. Rudolf Adriaan v. S. (1855-1933) - Zie hoofdstuk XIX.
  2. Emilia Henrietta Wilhelmina (Emilie) (1857-1895) - Een bijzondere en zeer intelligente vrouw.
    Emilia Henrietta Wilhelmina van Sandick, 1857-1895.
    Deed eindexamen meisjes-H.B.S. Nooit gehuwd - kreeg later t.b.c., waaraan zij op 37-jarige leeftijd stierf.
    Godsdienstig; deed veel aan sociaal werk; ook Zondagschoolwerk. Woonde na het overlijden van haar ouders en het trouwen van haar broer Rudolf samen met Mej. V. C. van der Meer van Kuffeler (tante Cor.)
  3. Onno Zwier v. S. (1861-1881).
    Onno Zwier van Sandick, 1857-1895.
    Begaafd, vlug verstand, maar had als jongen zeer veel last van hoofdpijn; werd van school genomen. - Vertrok in 1879 naar de Westkust van Afrika, in dienst van de Afrikaanse Handelsvereniging, waarbij zijn ooms Mees geïnteresseerd waren; keerde na anderhalf jaar terug en schreef een boekje „Herinneringen aan de Westkust van Afrika", dat niet in de handel was (C. I. 5) en vol critiek op de Afrikaansche Handelsvereniging (uitbuiting der inboorlingen!) tot verontwaardiging van zijn ooms Mees. - Vertrok in 1881 naar Suriname, vond daar geen betrekking, doch wel in Georgetown (Demerary), alwaar hij na 5 maanden aan gele koorts stierf.
  4. Mr. Hendrik Willem v. S. (1865-1930). Zie Hoofdstuk XX.

De zoons van het echtpaar Willem Jan van Sandick en Johanna Geertruida Losecaat Vermeer (hierboven sub 2 genoemd):

  1. Leonard Hendrik Willem v. S. (Leo) 1876-1936.
    L. H. W. van Sandick, 1876-1936.
    H.B.S. te Deventer; Indische Inrichting te Delft. Op 20-jarige leeftijd als ambtenaar B.B. naar Indië; maakte bij het B.B. (buitengewesten) een schitterende carrière, als controleur, secretaris van de Oostkust van Sumatra; 1914 assistent-resident; 1919 resident, later gouverneur van Amboina; 1924 gouverneur van de Molukken; 1928 gouverneur van Sumatra's Oostkust; 1930 Lid van de Raad van Indië. Repatrieerde in 1932, doch zijn hart trok weer naar Indië (ook zijn vrouw Fietje Bouwens kon na ruim 30 jaar in Indië hier niet meer aarden). Hij bouwde een huis te Bandoeng; werd lid van de Volksraad, wilde in de journalistiek gaan, doch overleed op 60-jarige leeftijd in 1936. - Gelukkig heeft hij de catastrophe in Indië niet meegemaakt.
    Was ridder in de orde van de Ned. Leeuw en commandeur van de belgische Leopoldsorde. Dit was hij geworden na een bezoek van de latere Koning Leopold en Koningin Astrid aan Indië.
    Hij schreef in 1909 een standaardwerk: „Chinezen buiten China" (zie C. I).
    Een zeldzaam bestuurder, groot kenner van Indië; uitermate bescheiden en eenvoudig.
    De hierboven gegeven feiten geven slechts een zeer onvolkomen beeld van hem.
    Had 3 zoons, Ivo (zie hieronder aa), Hugo en een op 2-jarige leeftijd gestorven zoontje.
  2. Ir. Johan Christiaan Frederik v. S. (Frits) 1877-1924.
    Ir. J. C. F. van Sandick, 1877-1924.
    Studeerde met veel plezier te Delft.
    Ging als civiel ingenieur naar Indië; kwam bij de staatsspoorwegen; klom daar op tot de hoogste post (hoofdinspecteur), d.w.z. directeur dier spoorwegen. - Werd lid van de Volksraad; Ridder Ned. Leeuw; doch overleed al op 46-jarige leeftijd.
    Nimmer gehuwd. - Een allerhartelijkst man, zeer gezien en geliefd en zeer kundig.
    Men leze de treffende redevoeringen bij zijn graf gehouden (B.B. 5).
  3. Willem Jan v. S. (Wim) 1879-1940.
    W. J. van Sandick, 1879-1940.
    H.B.S. te Deventer.
    Studeerde aan de Rijkslandbouwschool te Wageningen. Ging in 1901 naar Indië teneinde aldaar zijn vader te vervangen op de onderneming Flosso Paree.
    In 1909 kwam hij op de thee- en koffieonderneming Melambong te Salatiga, die hij tot een mooie onderneming opbouwde. Hij werd tenslotte administrateur van deze onderneming.
    Gezondheidsredenen - een hartvergroting - dwongen hem reeds op achtenveertigjarige leeftijd naar Nederland te repatriëren. Hij ging in Wassenaar wonen waar hij in 1940 overleed.
    Hij was van een sympathieke eenvoud.
    In 1915 huwde hij met Antonia Elizabeth ToeWater.
    2 Dochters.
  1. Ir. I. v. S. (Ivo) 1900-1955 (zoon van L. H. W. van Sandick en Fietje Bouwens).
    Studeerde te Delft.
    Huwde in 1929 met Eva Schadee.
    Was aanvankelijk werkzaam in overheidsdiensten o.a. te Amsterdam en Goes; werkte daarna op het Waterloopkundig Laboratorium te Delft; werd in 1939 leraar aan de M.T.S. te Dordrecht. Bij zijn leerlingen was hij zeer gezien; voor velen hunner was hij in de oorlogsjaren een grote steun.
    Zijn verlangen om practisch in plaats van theoretisch werk te doen deed hem in 1946 een lectoraat in Delft afslaan.
    Hij werd Hoofd van de Technische Dienst van het Waterschap „'t Vrije van Sluis" te Oostburg. Dit waterschap (ontstaan door samenvoeging van 76 zelfstandige polders) dat veel oorlogsschade had geleden, smeedde hij tot een geheel. Daarbij werden o.m. de zeedijken dusdanig hersteld en opgehoogd, dat zij in 1953 de watersnood konden weerstaan. Hij maakte veel studie van de bodem en kwam daarbij via geologisch op astronomisch terrein. Zie een, zeer eenvoudig gehouden, lezing hierover gehouden voor de plaatselijke Rotaryclub, waarvan hij lid was.

XIX: Rudolf Adriaan van Sandick, 6 december 1855 - 25 januari 1933
vanSandick.com