Archief Stamboom Kalender Links Gastenboek Contact
Van Sandick
wapen

Hoofdstuk II
uit “Het geslacht van Sandick”, 1960

Oorsprong der familie
Genealogische onderzoekingen

Het eerste bewijs van het bestaan onzer familie is een akte (L.1), verleden voor het gerecht der stad Wijk bij Duurstede van 3 december 1589 (thans in het Rijksarchief te Utrecht), waarbij aan Jan Jacobsz. en Jannichgen Loyen van Bossendochter, echteluiden, elf hondt 1) lands worden getransporteerd. In deze akte wordt onze voorvader nog aangeduid zonder familienaam zoals toen dikwijls gebruikelijk, maar in een akte van 21 december 1608 (L.2) wordt zijn naam: van Sandijck, Camelaer der Stadt Wijck, er bij vermeld (in deze akte wordt zijn vrouw alleen genoemd „Janneken Loyen dochter" zonder haar of haars vaders achternaam van Bossen - Loy is een verkorting van Lodewijk -). In 1610 was hij camelaer of cameraer van Wijk bij Duurstede, d.i. stadsrentmeester.

Pogingen om een vroegere oorsprong te vinden hebben nog geen positief resultaat opgeleverd. Hij was gezien zijn naam de zoon van Jacob v. S., maar van die Jacob is niets bekend, ook niet of deze uit Wijk bij Duurstede dan wel van elders stamde. Dit laatste wordt wel vermoed, zie hieronder.

De geschiedenis der familie is allereerst genealogisch onderzocht door Ds. J. C. F. van Sandick, waarmee hij omstreeks 1860 begonnen is. J. C. F. van Sandick heeft ook een uitvoerige genealogie samengesteld (E.8), die tot zijn dood toe (1886) door hem is bijgewerkt, waarin alle familieleden zijn opgenomen en waarbij verwezen wordt naar bijlagen, die voorzover na te gaan is alle thans nog aanwezig zijn.

Deze genealogie is daarom ook van belang omdat bij elke persoon en generatie een toelichting van J. C. F. is toegevoegd, welke b.v. wat hemzelf en zijn tijdgenoten betreft (ouders, broers, zusters en kinderen) persoonlijke mededelingen bevat, dikwijls ogenschijnlijk onbelangrijk maar juist van waarde voor de kennis van de betrokken persoon. Van deze genealogie, doch met weglating van de levensbeschrijving zijner kinderen, zijn er verschillende exemplaren, met de hand gecopieerd, waarvan een exemplaar, destijds van zijn neef W. J. v. S. (zoon van Mr. O. Z. v. S.), zeer fraai is met mooie gekleurde wapens (E.7).

H. W. van Sandick, jongste zoon van Ds. J. C. F. v. S., heeft het genealogisch onderzoek voortgezet o.a. in Wijk bij Duurstede, in het Rijksarchief te Utrecht (waar vele Wijkse archivalia zijn opgeborgen) en in de West, toen hij daar zelf was.

Wij hebben al gememoreerd, dat Cornelis van Sandick in 1694 een „slagtregister" (E.1) had opgesteld, dat blijkbaar later is bijgehouden, op het laatst door Aemilie van Sandick-van Haren, het loopt tot 1763. Het is tegelijkertijd geslachtsregister der familie Schaghen (onze voorvader Johan - 1618-1692 - vader van Cornelis, wiens broers Jacob en Gerbrand naar de West gingen, was met Abigael Schaghen getrouwd). Stuk E.3b is er een verkort afschrift van, o.m. met weglating van de familie Schaghen, lopende tot 1744.

 Portet Johan van Sandick, 1680-1718, door P. Bodecker, eigendom Ewoud- en Elisabethgasthuis, Wijk bij Duurstede.
"Anno 1713 Joh. van Sandick-Jacz", portet Johan van Sandick (1680-1718) door P. Bodecker.

Het eerste gedrukte genealogisch stuk is een kwartierstaat (E.19a) (8 kwartieren) van O. Z. van Sandick, oudste zoon van Mr. O. Z. van Sandick, opgenomen in de verzameling: „Genealogische Kwartierstaten van Nederl. Geslachten" van Jhr. van der Dussen en Smissaert, verschenen omstreeks 1870. - Een uitvoerige genealogie van Sandick is opgenomen in het bekende standaardwerk van Vorsterman van Oyen, „Stam- en Wapenboek van aanzienlijke Nederlandsche Familiën", verschenen anno 1885. En toen in 1910 de serie „Nederlandsch Patriciaat" begon, werd de genealogie van Sandick in de eerste jaargang opgenomen (E.16), terwijl in de 30e jaargang (1944) (E.31) de bijgewerkte genealogie opnieuw verscheen. Vorsterman van Oyen geeft de volledige genealogie, terwijl Ned. Patriciaat 1944 van de eerste generaties alleen de rechtstreekse voorouders geeft en pas volledig wordt bij de 5e generatie (Ned. Patriciaat 1910 geeft ook van de latere generaties uitsluitend de rechtstreekse voorouders).

Mr. H. W. van Sandick heeft nog wel genealogische bijzonderheden betreffende onze familie gepubliceerd, o.a. in de Ned. Leeuw 1908 de 64 kwartieren van L. H. W. van Sandick en zijn beide broers (E.20), alsmede in de Ned. Leeuw van 1909 (E.15) 16 kwartieren der kinderen van Jacob van Sandick (1644-1694) en Jkvr. Agnes Ploos van Amstel en hun afstammelingen. - Van dit echtpaar stammen wij dus niet af.

Voorts is in ons archief een genealogie, destijds in het bezit van Jhr. Mr. van Pabst van Bingerden (E.2), geschreven omstreeks 1800, met een andere hand bijgewerkt tot circa 1840, naar welke genealogie Vorsterman van Oyen ook verwijst. Deze genealogie is 50 jaar geleden reeds gecopieerd door Mr. H. W. van Sandick; het origineel is enkele jaren geleden door A. A. v. S. op een veiling aangekocht, niet wetende dat hij daarmee een bekend historisch familiestuk op de kop tikte.

Voorts is er in ons archief nog een (zeer onvolledige) genealogie met vermelding: E. Huydecoper van Nigtevecht scripsit a. 1860, bijgewerkt door Jhr. Mr. P. Smissaert tot circa 1900 (E.4). Deze genealogie is blijkens het opschrift „naar het oorspronkelijk M. S. Geslachtregister in de verzameling van Mr. M. J. P. Baron Taets van Amerongen te Arnhem". Mr. H. W. v. S. kocht deze van Mr. P. C. Bloys van Treslong Prins.

 

Ons familie-archief is zeer veel dank verschuldigd aan Ds. J. C. F. van Sandick, die van zijn generatie van 12 broers en zusters feitelijk de enige was, die belangstelling voor de geschiedenis onzer familie had, daarbij gesteund door zijn oomzegger Willem (W. J.) van Sandick. Van diens generatie was het verder alleen diens neef H. W. v. S. (26 jaar jonger dan W. J. v. S.), die zich zeer veel moeite voor het familie-onderzoek heeft gegeven en dien wij uit dien hoofde zeer erkentelijk moeten zijn. Beiden, de dominee en zijn zoon Hendrik, hebben blijk gegeven van nauwgezet onderzoek, wat ook voor zulk werk vereist is. J. C. F. v. S. laat echter zijn fantasie wel eens enigszins werken, zoals b.v. blijkt uit de Zeeuwse afstamming, waarop wij nog terugkomen, terwijl H. W. v. S. zeer exact en wetenschappelijk te werk is gegaan, al heeft hij de familie misschien wel wat te veel als middelpunt gezien. Voorzover na te gaan is zijn alle stukken, waarover zij beiden de beschikking hadden, thans nog aanwezig. Gezegd wordt dat een kistje familiepapieren bij een verhuizing van H. W. v. S. door de expediteur zoek gemaakt is; ik kan mij echter niet voorstellen wat voor stukken dat geweest kunnen zijn.

Doch, om tot de oorsprong van ons geslacht terug te keren: men vraagt zich af waar Jan Jacobs van Sandick in de 2de helft van de 16de eeuw in Wijk bij Duurstede vandaan kwam en of iemand, die in 1610 stadsrentmeester was, dan althans geen vader gehad heeft die al iets betekende. Op deze vragen moet men het antwoord schuldig blijven. Dat Jan Jacobs van Sandick voorouders had staat wel vast, maar men weet er alleen niets van.

En de Zeeuwse tak dan, zal men vragen. Deze Zeeuwse tak is geen familie-traditie, want vór circa 1860 heeft niemand ooit aan die Zeeuwse afstamming gedacht. J. C. F. v. S. is blijkbaar op dat denkbeeld gekomen toen hij ontdekte dat er vór de Wijkse periode Zeeuwse Sandijks, ridders, geparenteerd aan van Borselen en Bloys van Treslong, geweest waren, genaamd naar de vlek Sandick dat nu bij Veere nog bestaat. Dat was overigens een bekend feit, want in 1780 was b.v. een boekje verschenen over „Eenige Zeeuwsche Oudheden, uit echte stukken opgehelderd en in het licht gebracht" (zie onze bibliotheek no. C.II 12), waarin uitvoerig over die Heren van Sandijk gesproken wordt. Hierin bevindt zich ook een gravure van de toren van Sandijck, die bij enige familieleden prijkt.

De Wijk bij Duurstedense van Sandicks hebben echter nooit over een Zeeuwse afstamming gerept; het wapen, te vinden in Smallegange, Chroniek van Seeland (zie notitie van J. C. F.) is ook volkomen anders. De Zeeuwse voornamen zijn geheel anders dan de Wijkse, wat ook niet op een gelijke afstamming wijst. Jan en Jacob zijn de meest echte van Sandick-voornamen, zoals men uit de volledige geslachtslijst ziet. Later ook wel Gerbrand.

Cornelis van Sandick, die in 1694 zoals vermeld een geslachtsregister opmaakte, begint ook pas bij zijn overgrootvader jan Jacobs, de cameraer van 1610, hoewel hij zelf geboren was in 1655; hij heeft dus van zijn vader, die in 1618 was geboren (toen diens grootvader, onze stamvader nog leefde) en in 1692 overleed en dien Cornelis dus zeer lang gekend heeft, blijkbaar nooit iets gehoord van de afstamming van die stamvader.

J. C. F. heeft aan die Zeeuwse afstamming vrij zeker geloofd, terwijl ook H. W. de mogelijkheid niet heeft uitgesloten. (Op een feest te Deventer in april 1873 fungeerde Rudolf v. S. in de optocht als „Nicolaes van Sandick, schout van den Briel"!).

Indien die Zeeuwse voorvaderen erbij zouden, komen, zou onze stamboom met liefst 10 generaties verlengd worden. J. C. F. nam in een van zijn eerste genealogieën de Zeeuwse afstamming op, waarbij hij zoals hij zelf schrijft een missing link fantaseerde, waardoor een keurige aansluiting tussen Zeeland en Wijk bij Duurstede verkregen werd. Juist omdat de periodes zo mooi bij elkaar aansluiten is het wel verleidelijk de twee stukken aan elkaar te plakken. In Vorsterman van Oyen wordt in de aanhef wel gewezen op de Zeeuwse afstamming, maar de genealogie begint pas bij Wijk bij Duurstede. In het Ned. Patriciaat wordt geheel gezwegen over Zeeland; daarin worden in het algemeen slechts vaststaande generaties opgenomen.

 

Uit eigen ervaring weten wij allen dat er feitelijk geen van Sandicks zijn, geen naamgenoten, waarvan wij de familierelatie niet kennen. Het is geen algemene naam. Er is wel geweest een Ds. Bernardus Sandijck, waaromtrent in ons archief verschillende gegevens aanwezig zijn (E.17), ook een foto van zijn portret; in 1708 werd hij predikant te 's-Gravenhage waar hij in 1727 overleed. Dat hij familie was is geenszins uitgesloten. Zijn tak heeft zich echter niet voortgezet.

Ook zijn er in ons archief nog enkele notities over andere Sandijcks of soortgelijke namen (E.17).

Zoals men uit de akten ziet werd onze familie vroeger ook wel van Sandijck geschreven, doch al in 1655 komt ook Sandick voor. In de doopregisters in de West (waar men het geenszins nauw nam met de spelling) leest men ook nog wel eens Sandijk, maar overigens werd het toch sinds circa 1740 algemeen Sandick. Volgens een notitie van J. C. F. zeide zijn moeder (Henr. Feith) tegen zijn vader O. Z. altijd Sandijck, hoewel zij natuurlijk schreef Sandick. Uit een verzameling handtekeningen (M.7), die Mr. H. W. v. S. uit de originele akten overtrok, blijkt echter dat al onze voorzaten steeds en uitsluitend „van Sandick" ondertekenden, te beginnen met onze stamvader „Jan Jacobs van Sandick" in de akte van 1621! De officiële naam is dus nooit anders dan van Sandick geweest, hetwelk blijkbaar vroeger ook wel werd uitgesproken als Sandijck (of waarschijnlijk „Sandiek", zoals trouwens tegenwoordig de uitspraak ook nog wel is.)

 

Dat er niets ouders te vinden is dan 1589 komt ook omdat juist van die tijd en eerder de Wijkse archieven zeer onvolledig bewaard zijn.

J. C. F. van Sandick vond reeds een tak, zelfs de oudste tak, afstammend van de oudste zoon van onze stamvader, enige zoon uit zijn eerste huwelijk, te weten Jurrephaes, welke tak met de 5e generatie in 1728 in Wijk uitstierf, iets voordat in 1740 de andere tak waarvan wij afstammen, althans in Wijk, uitstierf, J. C. F. v. S. twijfelde nog enigszins over de verwantschap met deze tak, maar H. W. v. S. toonde door zijn onderzoek aan waar deze tak thuishoort.

 

In 1937 heeft A. A. van Sandick door de heer W. Wijnaendts van Resandt nog weer eens een onderzoek omtrent de oorsprong onzer familie laten instellen (E.5). Deze herontdekte bovengenoemde akten van 1589 en 1608 en andere akten uit die tijd, omdat hij niet de beschikking had gekregen over alle familiestukken, gevolg van het feit, dat deze toen nog niet gerangschikt en geïnventariseerd waren. Wel heeft hij nog in twee andere nieuwe richtingen gezocht, te weten in Culemborg, omdat de voornaam Jurphaes, die de oudste zoon van onze stamvader droeg, zou kunnen wijzen droeg, zou kunnen wijzen op een herkomst uit het Culemborgse, waar die voor Wijk ongewone voornaam wél gewoon was. - Dit spoor leverde niets op. - Verder viel het hem op dat er in die tijd een Jacob Jans van Leerdam in de akten voorkwam, die hetzelfde wapen als het onze (een rad) voerde en die dus misschien identiek was met Jacob Jans van Sandijck. - Ook dit bleek echter een geheel andere familie. In 1957 heeft schrijver dezes via zijn neef Mr. A. P. van Schilfgaarde, Rijksarchivaris te Arnhem, contact gekregen met de heer J. J. Hooft van Huysduynen, werkzaam op dat Rijksarchief, welke een nader onderzoek zou instellen omtrent de herkomst der van Sandicks vórdat deze omstreeks 1560 in Wijk bij Duurstede opdoken.

Hij ontdekte een akte van 1617 waarin een ons onbekende Henrick van Sandick uit Dodeweerd of daaromtrent werd genoemd.

Op grond van zijn onderzoek kwam hij tot de overtuiging, dat de van Sandicks niet uit Wijk bij Duurstede stammen, maar dat onze stamvader Jan Jacobs van Sandick de eerste was die zich daar vestigde. Ook was zijn conclusie dat onze naam van „Sandwijck" (Zandwijk) moet zijn afgeleid, dat ook wel uitgesproken werd als Sandijck. In Tiel was ook een „Sandickse straat". Er is (was) ook een Santwijksche polder in het land van Heusden en Altena. Het onderzoek is nog gaande.

Noten

  1. ^ Een „hont" is 100 Rijnlandsche roeden, te weten 1419,3 m2. Elf hont is dus ongeveer 1,5 Ha.

III: Ons wapen
vanSandick.com